DEEL 5 — DE ONZICHTBARE DRAAD

Gepubliceerd op 24 oktober 2026 om 12:12

❤️Yby — De Vleugels die Niemand Kon Breken✨

Van straatkind tot groot kunstenaar, componiste en schepper van werelden

Een waar levensverhaal over liefde, vrijheid, overleven en de ontembare kracht van creatie.

DEEL 5 — DE ONZICHTBARE DRAAD

De ochtend na Yby's vertrek voelde mijn huis ongewoon stil. Het zonlicht viel door de ramen, de vogels zongen en buiten stond mijn tuin er prachtig bij. Alles ging gewoon verder, alsof er niets was veranderd. Maar ik miste haar. Ik miste haar vrolijke stem, haar onverwachte grapjes en die heerlijke manier waarop zij mij telkens weer wist te verrassen. Asta was natuurlijk met haar meegegaan. Ik schonk mezelf een kop thee in en keek naar buiten. Wat was het toch bijzonder hoe iemand in zo'n korte tijd zo'n grote plaats in je leven kon innemen.

Ik dacht aan de weken die wij samen hadden doorgebracht. Aan onze gesprekken, onze schildermiddagen en de momenten waarop wij helemaal niets hoefden te zeggen om elkaar te begrijpen. Yby had mij haar vertrouwen geschonken, en dat betekende ontzettend veel voor mij. Want ik wist hoe voorzichtig zij daarmee was. Zij had al veel te vaak ervaren dat mooie woorden niet altijd werden gevolgd door liefdevolle daden. Bij mij had zij mogen ontdekken dat zij welkom was zonder iets terug te hoeven geven. En ik had op mijn beurt ontdekt hoeveel vreugde haar aanwezigheid in mijn leven bracht.

Misschien, lieve lezers, is dat wel het bijzondere van werkelijke liefde en vriendschap. Je hoeft iemand niet voortdurend vast te houden om met elkaar verbonden te blijven. Soms is het juist een daad van liefde om iemand de vrijheid te geven zijn eigen weg te volgen, ook wanneer je diegene het liefst dichtbij zou houden. Dat was wat ik van Yby leerde. Tussen ons was een onzichtbare draad ontstaan, geweven uit vertrouwen, genegenheid en respect. Een draad die geen ketting was en die ons niet gevangenhield, maar die bleef bestaan, ongeacht de afstand tussen ons.

Nu ik deze herinneringen opschrijf, besef ik nog beter hoeveel die gedachte voor mij is gaan betekenen. Want liefde is iets waarover ik in mijn leven heel veel heb geleerd. Ik ben geboren op 26 juli 1945 en inmiddels, in 2026, ben ik dus 81 jaar. Mijn nieuwsgierigheid naar het leven is er beslist niet minder op geworden. Ik schilder, schrijf, lees, ontdek graag nieuwe dingen en probeer de ontwikkelingen in de wereld met belangstelling te volgen. Al moet ik toegeven dat mijn telefoon soms zoveel van mij verlangt dat ik mij afvraag wie er hier eigenlijk voor wie werkt.

Ik heb de wereld enorm zien veranderen. Ik heb meegemaakt hoe vrouwen steeds meer rechten en mogelijkheden kregen, hoe oude denkbeelden ter discussie werden gesteld en hoe de wetenschap ons telkens opnieuw liet ontdekken dat de werkelijkheid vaak veel rijker en veelzijdiger is dan wij vroeger dachten. En toch zijn er dingen waarover ik mij nog altijd oprecht verbaas. Soms zelfs zozeer dat ik mij afvraag of wij als samenleving eigenlijk wel zoveel wijzer zijn geworden.

Want wat mij de laatste tijd werkelijk verdriet doet, is de vijandigheid die in Nederland nog steeds tegenover homoseksualiteit bestaat. Natuurlijk weet ik dat heel veel Nederlanders liefdevol en ruimdenkend zijn. Gelukkig maar. Maar ik zie ook de beledigingen, de vernederende opmerkingen en de afwijzing waarmee homoseksuele mensen nog altijd te maken krijgen. En dan denk ik: lieve hemel, moeten wij hier in 2026 nog steeds over discussiëren? Moeten mensen werkelijk nog altijd uitleggen waarom zij van iemand houden? Ik vind het beschamend dat ik dit na al die jaren nog moet meemaken.

En dat zeg ik als heteroseksuele vrouw. Ik heb zelf de liefde voor een man gekend, een liefde die een bijzonder grote plaats in mijn leven heeft ingenomen. Over die dierbare geschiedenis zal ik jullie later nog vertellen, want ook ik heb natuurlijk een heel leven achter mij. Maar het is nooit bij mij opgekomen dat mijn liefde voor een man meer waard zou zijn dan de liefde tussen twee vrouwen of twee mannen. Waarom zou dat zo zijn? Omdat ik toevallig verliefd werd op iemand van het andere geslacht? Wat een merkwaardige gedachte. Liefde wordt toch niet waardevoller doordat zij overeenkomt met de verwachtingen van een ander?

Wanneer ik mijn lieve Yby en Ellen samen zie, begrijp ik werkelijk niet wat iemand op hun liefde tegen zou kunnen hebben. Twee prachtige wezens die elkaar hebben gevonden, die voor elkaar zorgen, samen lachen, elkaar steunen en hun leven met elkaar delen. Hoe zij elkaar hebben ontmoet en hoe hun liefde tot bloei kwam, zal ik verderop in dit boek uitgebreid vertellen, want dat verdient alle aandacht. Maar hun liefde ken ik inmiddels van dichtbij. En geloof me, lieve mensen, wanneer je iemand zo lang kent als ik Yby ken, is het een onbeschrijflijk geluk haar werkelijk gelukkig te zien.

Wat ben ik trots op haar. Niet vanwege wat anderen van haar vinden of vanwege alles wat zij inmiddels heeft bereikt, maar vooral omdat ik weet wie zij werkelijk is. Ik heb haar gekend als dat veertienjarige meisje dat zo voorzichtig moest zijn met haar vertrouwen. Ik heb haar zien opgroeien, zien zoeken, zien lachen en huilen. En nu zie ik hoe zij met Ellen een liefde deelt waarin zij zichzelf mag zijn. Dat raakt mij diep. Soms kijk ik naar die twee en denk ik alleen maar: wat heerlijk dat jullie elkaar hebben gevonden. Wat gun ik jullie dit geluk toch met heel mijn hart.

Juist daarom begrijp ik niet waarom sommige mensen zich zo druk maken over de liefde van een ander. Wat gaat het hen eigenlijk aan? Als twee volwassenen elkaar oprecht liefhebben, voor elkaar zorgen en niemand kwaad doen, waarom zou iemand daartegen willen strijden? Ik heb in mijn leven genoeg werkelijk verdriet gezien om te weten dat wij onze energie wel aan belangrijkere zaken kunnen besteden. Eenzaamheid, geweld, verwaarlozing, ziekte en kinderen die niet veilig kunnen opgroeien: dát zijn problemen die onze aandacht verdienen. Niet twee vrouwen die gelukkig met elkaar zijn of twee mannen die hand in hand over straat wandelen.

En dan is er nog iets wat mij bijzonder verbaast. Er zijn mensen die homoseksualiteit tegennatuurlijk noemen. Tegennatuurlijk! Lieve mensen, hebben zij eigenlijk wel eens goed naar de natuur gekeken? Wetenschappers hebben seksueel gedrag tussen dieren van hetzelfde geslacht bij meer dan vijftienhonderd diersoorten beschreven. Het komt voor bij uiteenlopende vogels, zoogdieren en andere dieren. Sommige dieren vormen langdurige paren van hetzelfde geslacht en er zijn ook voorbeelden van zulke paren die samen jongen verzorgen. Natuurlijk is het gedrag van dieren niet precies hetzelfde als menselijke liefde of seksuele geaardheid, maar de natuur laat ons wel heel duidelijk zien dat zij veel meer variatie kent dan sommige mensen blijkbaar willen erkennen.

En homoseksualiteit is bepaald geen moderne uitvinding. Verlangens en relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht zijn al duizenden jaren in de menselijke geschiedenis terug te vinden, al werden ze in verschillende tijden en culturen anders beleefd en benoemd. Het is dus zelfs ouder dan ik! En als iets al duizenden jaren bestaat, kunnen we toch moeilijk blijven volhouden dat het een nieuw verschijnsel is. Ik moet daar ergens om glimlachen, maar eigenlijk is het om verdrietig van te worden dat zulke eenvoudige feiten nog altijd uitgelegd moeten worden.

Ik denk vaak aan Moeder Aarde, die voor Yby vanaf haar vroegste leven zo'n bijzondere betekenis heeft gehad. In de natuur bestaat een ontzaglijke verscheidenheid aan vormen, kleuren en levenswijzen. Geen enkele boom groeit precies zoals de boom ernaast. Bloemen bloeien in allerlei kleuren en ieder dier heeft zijn eigen bijzondere eigenschappen. Die verscheidenheid maakt de wereld juist zo fascinerend. Waarom zouden wij mensen dan allemaal op precies dezelfde manier moeten liefhebben? Homoseksualiteit is wat mij betreft net zo vanzelfsprekend als een boom die groeit of een bloem die bloeit. Niet omdat alles in de natuur goed zou zijn, maar omdat menselijke liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht geen rechtvaardiging nodig heeft om te mogen bestaan.

En laten we vooral ook eens naar de wetenschap kijken, want daarover bestaan nog altijd hardnekkige misverstanden. Sommige mensen beweren bijvoorbeeld dat kinderen noodzakelijkerwijs een vader én een moeder nodig hebben om gelukkig en evenwichtig op te groeien. Maar wat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek? Onderzoekers van de Universiteit van Bergen in Noorwegen bestudeerden al in 2002 internationale onderzoeken naar kinderen in gezinnen met homoseksuele ouders. Zij vonden geen systematische nadelen in de emotionele, sociale of verstandelijke ontwikkeling van die kinderen. Inmiddels zijn er veel meer onderzoeken verschenen, en het algemene beeld is duidelijk: kinderen van ouders van hetzelfde geslacht kunnen zich net zo goed ontwikkelen als kinderen van heteroseksuele ouders.

Sterker nog, lieve lezers, in sommige onderzoeken kwamen zelfs gemiddeld gunstigere uitkomsten naar voren. Groot Nederlands onderzoek naar schoolprestaties liet bijvoorbeeld zien dat kinderen die bij ouders van hetzelfde geslacht opgroeiden op bepaalde onderwijsresultaten gemiddeld beter scoorden. Een wetenschappelijke analyse uit 2023 vond bovendien op enkele onderzochte onderdelen, waaronder psychologische aanpassing en de ouder-kindrelatie, iets gunstigere resultaten. Dat betekent niet dat homoseksuele ouders automatisch betere ouders zijn, en evenmin dat hun kinderen altijd minder psychische klachten hebben. Allerlei omstandigheden kunnen immers invloed hebben op zulke onderzoeksresultaten. Maar het ontkracht wel de gedachte dat een kind minder goed zou opgroeien alleen omdat het twee moeders of twee vaders heeft.

Wat ik daar als arts van vind? Dat wij vooral moeten kijken naar wat een kind werkelijk nodig heeft. Liefde, veiligheid, stabiliteit, aandacht, geborgenheid en volwassenen op wie het kan vertrouwen. Een kind moet weten dat het welkom is, dat het fouten mag maken, dat het verdrietig mag zijn en dat er iemand voor hem klaarstaat wanneer het bang is. Of dat nu twee moeders zijn, twee vaders, een moeder en een vader of één liefdevolle ouder, het belangrijkste is hoe er voor dat kind wordt gezorgd. Ik heb in mijn werk genoeg gezinnen meegemaakt om te weten dat de aanwezigheid van een vader en een moeder op zichzelf nog geen garantie is voor een gelukkige jeugd.

Wat mij daarbij zorgen baart, is dat vooroordelen van anderen juist extra problemen kunnen veroorzaken. Een kind dat op school wordt gepest omdat het twee moeders heeft, lijdt niet onder de liefde van die moeders, maar onder het gedrag van degenen die het kind buitensluiten. En iemand die voortdurend moet verbergen op wie hij of zij verliefd is, draagt een last die niemand zou hoeven dragen. Onderzoek naar minderheidsstress laat zien dat discriminatie en afwijzing kunnen bijdragen aan psychische klachten bij homoseksuele mensen. Dat zou ons toch aan het denken moeten zetten. Wij kunnen het leven van anderen zo veel gemakkelijker maken door eenvoudig respectvol met hen om te gaan.

Nederland was in 2001 het eerste land ter wereld dat het huwelijk openstelde voor mensen van hetzelfde geslacht. Wat vond ik dat een belangrijke ontwikkeling. Maar wettelijke gelijkheid betekent helaas niet automatisch dat iedereen ook maatschappelijk wordt geaccepteerd. Het doet mij pijn dat mensen nog altijd worden uitgescholden of bedreigd omdat zij van iemand van hetzelfde geslacht houden. En wanneer ik berichten lees over jongeren bij wie de acceptatie afneemt, vraag ik mij af wat wij hun eigenlijk meegeven. Kinderen worden niet geboren met een lijstje van mensen die zij zouden moeten afwijzen. Zij leren veel van wat zij om zich heen horen en zien. Wat een verantwoordelijkheid hebben wij daarin toch als volwassenen.

Natuurlijk mogen mensen hun eigen overtuigingen hebben. Niemand hoeft hetzelfde te denken, hetzelfde geloof aan te hangen of op dezelfde manier te leven. Maar vrijheid geldt niet alleen voor jezelf. Zij geldt ook voor die ander, wiens leven misschien heel anders is dan het jouwe. Je hoeft niet alles persoonlijk te begrijpen om iemand met waardigheid te behandelen. En je hoeft niet verliefd te worden op iemand van hetzelfde geslacht om te beseffen dat die liefde voor een ander even werkelijk en kostbaar is als die van jou.

Ik zou wensen dat wij wat vaker naar elkaar keken met nieuwsgierigheid in plaats van met een oordeel. Wat weten wij eigenlijk van het leven van degene over wie wij zo gemakkelijk een mening hebben? Welke zorgen draagt die persoon met zich mee? Hoeveel verdriet heeft iemand al gekend en wat betekent die ene geliefde misschien wel voor zijn of haar geluk? Wij zien vaak maar een klein stukje van elkaars bestaan. Juist daarom moeten wij voorzichtig zijn met onze woorden. Wat voor de een een achteloos uitgesproken opmerking is, kan voor de ander een pijnlijke herinnering worden die nog jarenlang meegaat.

Mijn lieve Yby leerde mij al zo jong iets wat daarbij bijzonder belangrijk is. In haar eigen taal noemde zij lieve, eerlijke en oprechte mensen wezens. Mensen die zich wreed, gemeen of oneerlijk gedroegen, gaf zij een andere betekenis aan het woord mens. Voor haar ging het niet om iemands uiterlijk, afkomst, rijkdom of om de vraag van wie diegene hield. Zij keek naar gedrag, naar oprechtheid en naar de manier waarop iemand met andere levende wezens omging. Dat vond ik opmerkelijk wijs voor zo'n jong meisje. En eigenlijk is het een prachtige maatstaf die wij allemaal zouden kunnen gebruiken.

Want echte liefde herken je niet aan het geslacht van twee geliefden. Je herkent haar aan de manier waarop zij voor elkaar zorgen, elkaar respecteren en elkaar de vrijheid geven zichzelf te zijn. Je herkent haar wanneer iemand naast een ander blijft staan tijdens moeilijke dagen, wanneer er aandacht is voor verdriet en wanneer twee mensen samen kunnen lachen om de kleinste dingen. In een wereld waarin zoveel mensen zich eenzaam voelen, zouden wij toch dankbaar moeten zijn wanneer twee mensen werkelijk liefde bij elkaar vinden?

Ik vind het soms wonderlijk hoe gemakkelijk wij vergeten dat achter ieder verhaal over homoseksualiteit gewone levens schuilgaan. Mensen die boodschappen doen, werken, de hond uitlaten, zich zorgen maken om hun dierbaren en dromen hebben voor de toekomst. Mensen die verdriet kennen en geluk, precies zoals ieder ander. En toch zijn er nog altijd mensen die menen dat zij over die levens mogen oordelen zonder zich ook maar een ogenblik af te vragen hoe het zou voelen wanneer hun eigen liefde voortdurend ter discussie werd gesteld.

Ik heb in mijn leven geleerd dat wij het leven niet eindeloos kunnen uitstellen. De jaren gaan voorbij en niemand weet hoeveel tijd hem nog gegeven is. We verliezen dierbaren, maken moeilijke perioden door en moeten soms afscheid nemen voordat wij daar klaar voor zijn. Juist daarom moeten wij zorgvuldig omgaan met het geluk dat wij wél vinden. Wanneer twee mensen elkaar oprecht liefhebben, laten wij hun dat geluk dan gunnen. Er is al genoeg verdriet in de wereld zonder dat wij elkaar ook nog verdriet bezorgen om iets wat zo mooi kan zijn.

Terwijl ik deze woorden schrijf, denk ik terug aan de tijd waarin Yby mijn tuin verliet. Toen wist ik nog niet hoeveel bijzondere gebeurtenissen ons later te wachten zouden staan. Ik wist alleen dat zij een grote plaats in mijn hart had gekregen en dat ik haar de vrijheid moest gunnen om haar eigen weg te volgen. De onzichtbare draad tussen ons bleef bestaan, zonder dat ik haar daarvoor hoefde vast te houden. En later, toen zij haar grote liefde vond, begreep ik misschien nog beter wat die draad werkelijk betekende: liefde die niet bezit, niet veroordeelt en niets van een ander probeert af te nemen.

Dat is wat ik jullie met dit deel van mijn verhaal graag wil meegeven, lieve lezers. Wij hoeven niet allemaal hetzelfde te zijn om met elkaar verbonden te kunnen leven. De wereld is groot genoeg voor zoveel verschillende mensen, gezinnen en vormen van liefde. Laten wij haar dan niet kleiner maken met vooroordelen, maar juist mooier door elkaar die ruimte te gunnen. En laten wij vooral onze kinderen leren dat zij zichzelf mogen zijn en dat zij anderen hetzelfde geluk mogen wensen.

Wat ik in al die jaren vooral heb geleerd, is dat het leven niet draait om de vraag hoeveel mensen hetzelfde denken als jij, maar hoeveel liefde, goedheid en begrip wij elkaar kunnen schenken. Wie werkelijk gelukkig is met de liefde van een ander, wordt daar zelf niet armer van. Integendeel, de wereld wordt er een beetje warmer door. En van die warmte kunnen wij allemaal wel wat meer gebruiken.

Ik hoop dat mijn lieve Yby en Ellen nog heel lang van hun liefde mogen genieten. En ik hoop dat ieder ander mens, ongeacht op wie hij of zij verliefd wordt, diezelfde vrijheid en datzelfde geluk mag ervaren. Want uiteindelijk is liefde geen privilege dat wij elkaar moeten toekennen. Het is een van de mooiste mogelijkheden die het leven ons biedt. En als wij dat zelfs na al die eeuwen nog niet hebben begrepen, dan wordt het misschien toch eens tijd om wat beter naar de natuur te kijken. Zij laat ons al veel langer zien hoeveel verschillende vormen van leven en liefde er bestaan.

Met die gedachte kijk ik naar de wereld en denk ik aan mijn lieve Yby. Aan het meisje dat mij leerde hoeveel schoonheid er bestaat wanneer je bereid bent werkelijk te kijken. En aan de vrouw die zij vandaag is, die nog altijd haar eigen weg volgt en haar liefde met zoveel overtuiging durft te leven. Wat ben ik toch dankbaar dat ik haar heb mogen leren kennen, en wat ben ik trots op haar.

Aurora ✨

---------------------

ENGLISH VERSION

❤️Yby — The Wings No One Could Break✨

From Street Child to Great Artist, Composer and Creator of Worlds

A true life story about love, freedom, survival and the untamable power of creation.

PART 5 — THE INVISIBLE THREAD

The morning after Yby's departure, my house felt unusually quiet. Sunlight streamed through the windows, the birds were singing, and outside, my garden looked as beautiful as ever. Everything carried on as though nothing had changed. But I missed her. I missed her cheerful voice, her unexpected jokes, and that wonderful way she had of surprising me again and again. Asta, of course, had gone with her. I poured myself a cup of tea and gazed out of the window. How extraordinary it was that someone could become such an important part of your life in so little time.

I thought about the weeks we had spent together. Our conversations, our afternoons painting, and those moments when we didn't need to say anything at all to understand one another. Yby had given me her trust, and that meant an enormous amount to me. I knew how carefully she guarded it. She had experienced far too often that beautiful words were not always followed by loving actions. With me, she had been able to discover that she was welcome without having to give anything in return. And I, in turn, had discovered how much joy her presence brought into my life.

Perhaps, dear readers, that is one of the most beautiful things about genuine love and friendship. You do not have to hold on to someone constantly in order to remain connected. Sometimes, allowing someone the freedom to follow their own path is itself an act of love, even when you would much rather keep them close. That was what Yby taught me. An invisible thread had formed between us, woven from trust, affection, and respect. A thread that was not a chain, that did not hold us captive, but continued to exist regardless of the distance between us.

Now, as I write down these memories, I realise even more clearly how much that thought has come to mean to me. For love is something I have learned a great deal about throughout my life. I was born on 26 July 1945, which means that in 2026 I am now 81 years old. My curiosity about life has certainly not diminished. I paint, write, read, enjoy discovering new things, and follow developments in the world with great interest. Although I must admit that my telephone sometimes demands so much of me that I begin to wonder which of us is actually working for the other.

I have seen the world change enormously. I have witnessed women gaining more rights and opportunities, old beliefs being questioned, and science repeatedly showing us that reality is often far richer and more varied than we once imagined. And yet there are still things that genuinely astonish me. Sometimes so much so that I find myself wondering whether we, as a society, have really become all that much wiser.

What truly saddens me these days is the hostility towards homosexuality that still exists in the Netherlands. Of course, I know that many Dutch people are loving and open-minded. Thankfully so. But I also see the insults, the humiliating remarks, and the rejection that homosexual people still experience. And I think to myself: good heavens, are we really still having this discussion in 2026? Must people still explain why they love someone? I find it shameful that, after all these years, I am still witnessing such attitudes.

And I say that as a heterosexual woman. I have known the love of a man myself, a love that occupied an extraordinarily important place in my life. I shall tell you more about that cherished part of my history later, for I, too, have lived quite a life. But it has never occurred to me that my love for a man should be worth more than the love between two women or two men. Why would it be? Simply because I happened to fall in love with someone of the opposite sex? What a peculiar idea. Surely love does not become more valuable merely because it happens to meet somebody else's expectations.

When I see my dear Yby and Ellen together, I genuinely cannot understand what anyone could possibly object to about their love. Two beautiful beings who have found one another, who care for each other, laugh together, support each other, and share their lives. I shall tell you more about how they met and how their love blossomed later in this book, because that story deserves all the attention it can receive. But I have now witnessed their love at close quarters. And believe me, dear readers, when you have known someone for as long as I have known Yby, seeing her truly happy is an indescribable joy.

How proud I am of her. Not because of what others think of her, or because of everything she has accomplished, but above all because I know who she truly is. I knew her as that fourteen-year-old girl who had to be so careful with her trust. I have watched her grow, search, laugh, and cry. And now I see her sharing a love with Ellen in which she can be entirely herself. That moves me deeply. Sometimes I look at the two of them and simply think: how wonderful that you found each other. How wholeheartedly I wish you every happiness.

That is precisely why I cannot understand why some people concern themselves so much with the love of others. What business is it of theirs? If two adults genuinely love one another, care for each other, and harm no one, why should anyone wish to fight against that? I have seen enough real suffering in my life to know that there are far more important matters deserving our attention. Loneliness, violence, neglect, illness, and children who cannot grow up in safety: those are problems worth addressing. Not two women who are happy together or two men walking down the street holding hands.

And there is something else that particularly astonishes me. Some people claim that homosexuality is unnatural. Unnatural! Dear readers, have they ever really taken a good look at nature? Scientists have documented sexual behaviour between animals of the same sex in more than fifteen hundred species. It occurs among a wide variety of birds, mammals, and other animals. Some animals form long-lasting same-sex pairs, and there are examples of such pairs caring for young together. Of course, animal behaviour is not precisely the same as human love or sexual orientation, but nature clearly shows us that it contains far more variety than some people apparently wish to acknowledge.

And homosexuality is certainly not a modern invention. Desires and relationships between people of the same sex can be traced back thousands of years in human history, although they were experienced and described differently in different times and cultures. So homosexuality is even older than I am! And if something has existed for thousands of years, surely we can hardly continue pretending that it is some new phenomenon. Part of me has to smile at the thought, but in truth, it is rather sad that such simple facts still need explaining.

I often think of Mother Earth, who has held such extraordinary significance for Yby since her earliest childhood. In nature, there is an astonishing diversity of shapes, colours, and ways of living. No tree grows in exactly the same way as the tree beside it. Flowers bloom in countless colours, and every animal possesses its own remarkable characteristics. It is precisely that diversity that makes the world so fascinating. Why, then, should we humans all have to love in exactly the same way? To me, homosexuality is as natural as a tree growing or a flower blooming. Not because everything that occurs in nature is necessarily good, but because human love between people of the same sex needs no justification for its existence.

And let us also consider what science has to say, because some remarkably persistent misconceptions still exist. Certain people claim, for example, that children necessarily need both a father and a mother in order to grow up happy and emotionally balanced. But what does scientific research actually show? Researchers at the University of Bergen in Norway reviewed international studies involving children raised by homosexual parents as early as 2002. They found no systematic disadvantages in those children's emotional, social, or intellectual development. Many more studies have appeared since then, and the overall picture is clear: children raised by same-sex parents can develop just as well as children raised by heterosexual parents.

Indeed, dear readers, some studies have even found more favourable average outcomes in certain areas. Large-scale Dutch research into educational performance, for example, showed that children raised by same-sex parents achieved better average results on certain educational measures. A scientific analysis published in 2023 also found slightly more favourable results in some areas examined, including psychological adjustment and parent-child relationships. That does not mean homosexual parents are automatically better parents, nor does it mean that their children always experience fewer psychological difficulties. Many different circumstances can influence such research findings. But it does challenge the assumption that a child will somehow fare worse simply because they have two mothers or two fathers.

What do I think about that as a doctor? That we should focus on what a child truly needs. Love, safety, stability, attention, security, and adults they can rely upon. A child needs to know that they are welcome, that they are allowed to make mistakes, that they may feel sad, and that someone will be there for them when they are frightened. Whether those adults are two mothers, two fathers, a mother and a father, or one loving parent, what matters most is how that child is cared for. Throughout my work, I encountered enough families to know that simply having a father and a mother is no guarantee of a happy childhood.

What does concern me is that the prejudices of others can create additional difficulties. A child who is bullied at school because they have two mothers is not suffering because of those mothers' love, but because of the behaviour of those who exclude them. And someone who constantly has to conceal whom they love carries a burden that no one should have to bear. Research into minority stress shows that discrimination and rejection can contribute to mental health difficulties among homosexual people. Surely that ought to make us think. We could make one another's lives so much easier simply by treating each other with respect.

In 2001, the Netherlands became the first country in the world to open marriage to people of the same sex. I considered that an important development. But legal equality does not, unfortunately, automatically mean that everyone is socially accepted. It pains me that people are still insulted or threatened because they love someone of the same sex. And when I read reports about declining acceptance among certain groups of young people, I wonder what we are actually teaching them. Children are not born with a list of people they are supposed to reject. They learn a great deal from what they hear and see around them. What a responsibility we adults carry in that regard.

Of course, people are entitled to their own beliefs. No one has to think alike, follow the same religion, or live in the same way. But freedom does not belong only to you. It also belongs to that other person whose life may be very different from your own. You do not have to understand everything personally in order to treat someone with dignity. And you do not have to fall in love with someone of the same sex to recognise that such love is just as real and precious to another person as your own love is to you.

I wish we would look at one another with curiosity more often, rather than judgement. What do we really know about the life of the person we so readily form an opinion about? What worries might that person carry? How much sorrow might they already have experienced, and what might that one beloved person mean to their happiness? We often see only a tiny part of one another's lives. That is precisely why we must be careful with our words. What one person says as a thoughtless remark may become a painful memory that another carries for years.

My dear Yby taught me something especially important about that when she was still so young. In her own language, she called loving, honest, and sincere people beings. She used the word human differently for people who behaved cruelly, maliciously, or dishonestly. To her, it was not about someone's appearance, background, wealth, or whom they happened to love. She looked at behaviour, sincerity, and the way someone treated other living beings. I found that remarkably wise in such a young girl. And, in fact, it is a beautiful measure by which we could all choose to live.

For genuine love is not recognised by the sex of two people in a relationship. You recognise it in the way they care for one another, respect each other, and give each other the freedom to be themselves. You recognise it when someone stands beside another person through difficult times, when there is room for sorrow, and when two people can laugh together over the smallest things. In a world where so many people feel lonely, should we not be grateful when two people find real love with one another?

Sometimes I find it extraordinary how easily we forget that behind every discussion about homosexuality are ordinary human lives. People who go shopping, work, walk the dog, worry about their loved ones, and dream about the future. People who experience sorrow and happiness, just like everyone else. And yet there are still those who believe they have the right to judge such lives without stopping for a single moment to consider how it would feel if their own love were constantly being questioned.

I have learned throughout my life that we cannot postpone living indefinitely. The years pass, and none of us knows how much time we have been given. We lose people we love, go through difficult periods, and sometimes have to say goodbye long before we are ready. That is precisely why we should treat the happiness we do find with such care. When two people genuinely love one another, let us wish them well. There is already enough sorrow in the world without us causing one another more pain over something that can be so beautiful.

As I write these words, my thoughts return to the time when Yby left my garden. Back then, I had no idea how many extraordinary events still awaited us. I knew only that she had gained a very special place in my heart and that I had to give her the freedom to follow her own path. The invisible thread between us continued to exist without my needing to hold on to her. And later, when she found the great love of her life, I perhaps understood even more clearly what that thread truly meant: love that does not possess, does not judge, and does not seek to take anything away from another person.

That is what I would like to share with you through this part of my story, dear readers. We do not all have to be the same in order to live together in connection with one another. The world is large enough for many different people, families, and forms of love. Let us not make it smaller through prejudice, but more beautiful by allowing one another that freedom. And above all, let us teach our children that they may be themselves and that they should wish others the same happiness.

What I have learned above all throughout these years is that life is not about how many people think the same way you do, but about how much love, kindness, and understanding we can give one another. Someone who is genuinely happy for another person's love does not become any poorer because of it. On the contrary, the world becomes a little warmer. And we could all do with a little more of that warmth.

I hope my dear Yby and Ellen will enjoy their love for many, many years to come. And I hope that every other person, regardless of whom they fall in love with, may experience that same freedom and happiness. Because ultimately, love is not a privilege that we have the authority to grant one another. It is one of the most beautiful possibilities that life offers us. And if, after all these centuries, we still have not understood that, perhaps it really is time to take a closer look at nature. It has been showing us for far longer just how many different forms of life and love exist.

With that thought, I look at the world and think of my dear Yby. Of the girl who taught me how much beauty exists when you are willing to truly look. And of the woman she is today, still following her own path and living her love with such conviction. How grateful I am to have known her, and how proud I am of her.

Aurora ✨