Voorwoord / Foreword — Yby: De Vleugels die Niemand Kon Breken

Gepubliceerd op 13 september 2026 om 12:48

❤️Yby — De Vleugels die Niemand Kon Breken✨

Van straatkind tot groot kunstenaar, componiste en schepper van werelden

Een waar levensverhaal over liefde, vrijheid, overleven en de ontembare kracht van creatie.

VOORWOORD

De eerste keer dat ik Yby zag, zat ze tussen dekens en kranten in het maanlicht te schilderen, met Asta, haar grote bouvier, dicht tegen zich aan. Ze was nog maar een meisje. Ze bezat nauwelijks iets wat de wereld belangrijk vindt, en toch zat daar iemand die uit houtskool, verf, karton en verbeelding een hele wereld kon laten ontstaan. Ik bleef staan. Niet omdat ik toen al begreep wie zij was, maar omdat iets in mij eenvoudig weigerde door te lopen.

Dat beeld heeft mij nooit meer verlaten. Inmiddels zijn er vele jaren verstreken, maar sommige herinneringen gedragen zich anders dan tijd. Ze verbleken niet; ze krijgen juist meer betekenis. Pas veel later begreep ik dat ik die avond niet alleen een jong straatmeisje ontmoette. Ik ontmoette iemand die mijn eigen leven, mijn blik en zelfs mijn begrip van wat werkelijk rijkdom is voorgoed zou veranderen. Yby werd mijn vriendin, mijn geliefde kind van het hart, soms degene die ik wilde beschermen en op andere momenten juist degene die mij beschermde. In donkere jaren werd zij voor mij licht, zonder ooit te besluiten dat zij dat moest zijn.

Misschien wilde ik daarom uiteindelijk zo graag dit boek schrijven. Voor Yby zelf hoefde het niet. Zij heeft nooit rondgelopen met het verlangen dat haar leven tot een boek verheven moest worden; ze leeft liever dan dat ze zichzelf voortdurend bestudeert. Maar voor mij werd het steeds belangrijker. Niet omdat ik haar op een voetstuk wil zetten, en al helemaal niet omdat ik van haar een legende wil maken. Ik wilde haar verhaal bewaren omdat ik met mijn eigen ogen heb gezien wat voor mens zij is, wat haar aanwezigheid met anderen kan doen en hoeveel schoonheid er uit een leven kan komen dat bepaald niet altijd door schoonheid werd omringd.

Toen ik Yby leerde kennen, was ik arts en zelf uitgeput geraakt door mijn eigen leven. Ik had geleerd te kijken naar lichamen, symptomen, oorzaken en gevolgen, maar ergens onderweg was iets in mij stiller geworden. Yby bracht daar geen theorie tegenover. Ze kwam niet met een gebruiksaanwijzing voor het bestaan. Ze keek eenvoudig anders. Naar een boom, naar een vogel, naar een dier dat vertrouwen schonk, naar licht op water, naar kleuren, naar stilte. Door haar begon ik opnieuw te zien dat weten wat iets heet nog niet hetzelfde is als werkelijk zien wat het is. Ze gaf mij geen nieuwe wereld; ze maakte de wereld die er al was opnieuw zichtbaar.

Dat is Yby ten voeten uit. Ze gaat zelden de weg die al voor haar is uitgetekend. Wie haar in een keurig hokje probeert onder te brengen, zal waarschijnlijk ontdekken dat zij allang ergens anders bezig is een muur roze te schilderen, een dier te tekenen, een nieuwe klank te zoeken of een compleet nieuwe wereld te bedenken. Veel mensen kennen haar niet voor niets als de Tovenares van de Schilderkunst. Wie voor haar werk staat, begrijpt waarom: haar schilderijen willen niet beleefd aan een muur hangen en alleen mooi gevonden worden. Ze willen leven. Er mogen druppels zijn, krassen, lijnen, tekens, littekens en onverwachte wegen; precies zoals het leven zelf zelden glad en keurig geschilderd wordt.

Toch is zelfs het woord schilderkunst te klein wanneer ik Yby probeer te beschrijven. Wie alleen naar haar schilderijen kijkt, mist de muziek; wie alleen naar haar muziek luistert, mist de kleur. Bij haar zijn die werelden nooit werkelijk van elkaar gescheiden geweest. Nog voordat haar kleine handen een penseel konden vasthouden, schilderde zij volgens haar eigen herinnering al in gedachten. Als kind zong zij en maakte zij klanken en liedjes van wat zij voelde en beleefde. Een kleur zingt bij Yby. Klank krijgt vorm, beweging krijgt ritme en soms lijkt een schilderij bij haar een muziekstuk dat toevallig verf heeft gekozen om zichtbaar te worden. Zelf zegt ze het veel eenvoudiger: “Kleur is geluid en geluid is kleur.”

Volgens Yby begon die wereld zelfs vóór haar geboorte. Zij vertelt dat zij in de baarmoeder al schilderde en zong in haar eigen binnenwereld. Wie daar een vredig tafereeltje bij bedenkt van een tevreden baby die behaaglijk lag te wachten tot het leven eindelijk begon, kent Yby nog niet. Ze wilde eruit. Haar moeder vertelde later dat Yby van haar kinderen de gemakkelijkste bevalling was; ze kwam bijna de wereld in gevlogen. Dat verhaal laat ons nog altijd lachen. Blijkbaar vond ze negen maanden wel voldoende voorbereiding. Achter die humor herken ik iets wat veel later steeds opnieuw zichtbaar zou worden: een ontembaar verlangen naar ruimte, lucht, natuur, vrijheid en leven.

En misschien moet ik juist daar iets rechtzetten wat gemakkelijk verkeerd begrepen kan worden wanneer je alleen naar de moeilijke delen van een levensverhaal kijkt. Yby is niet haar pijn. Ze is niet de som van wat haar is aangedaan, niet alleen het straatkind uit de ondertitel en ook niet iemand die haar hele leven wil blijven vechten. Als zij zelf mag kiezen, kiest zij juist voor het tegenovergestelde: rust, gezelligheid, dieren om zich heen, mooie mensen aan tafel, natuur, schilderen, zingen, componeren, de mooiste tonen en klanken, kleur, plezier en vooral liefde. Veel liefde. Wat mij na al die jaren misschien nog het meest ontroert, is niet alleen dat zij moeilijke tijden heeft doorstaan, maar dat die tijden haar verlangen naar schoonheid niet hebben kunnen afpakken.

Er bestaan mensen die na pijn besluiten niets meer binnen te laten. Ik veroordeel hen daar niet om; een hart probeert zichzelf soms te beschermen zoals het kan. Maar bij Yby bleef steeds ergens een deur open. Voor een dier. Voor de natuur. Voor een melodie. Voor verf. Voor een onverwachte grap. Voor iemand die zij liefhad. Dat vind ik bijzonder. Niet omdat zij daardoor boven andere mensen staat, maar omdat het zo menselijk en tegelijk zo zeldzaam is: diep geraakt kunnen worden en toch niet besluiten dat voelen voortaan te gevaarlijk is.

Dit boek zal daarom niet alleen over donkere gebeurtenissen gaan. Dat zou haar leven oneer aandoen. Er zal verdriet zijn, want dat behoort tot de waarheid, maar er zal ook veel gelachen worden. Yby en ik houden allebei van droge humor, en Ellen beschikt helaas over dezelfde kwaal. Niemand van ons zoekt behandeling. Humor heeft mij geleerd dat een mens verdriet serieus kan nemen zonder het alle kamers van het huis te geven. Soms moet er een raam open. Soms komt daar zonlicht doorheen. En soms alleen een volkomen ongepaste opmerking waardoor drie volwassen vrouwen plotseling niet meer normaal kunnen doen. Ook dat is leven.

Ik wil je Yby niet in dit voorwoord helemaal uitleggen. Dat zou bovendien onmogelijk zijn en, belangrijker nog, verschrikkelijk jammer. Ik wil dat je haar zelf leert kennen. Dat je ontdekt wie Asta was, waarom dieren nooit een bijzaak in haar leven zijn geweest, waar haar honger naar vrijheid vandaan kwam, welke wegen zij nog zou gaan en waarom kunst en muziek uiteindelijk veel meer werden dan werk alleen. Ik wil dat je begrijpt waarom een oud stukje karton in haar handen iets kostbaars kon worden en waarom zij mogelijkheden blijft zien waar anderen allang zijn gestopt met zoeken.

En ik wil dat je soms nieuwsgierig wordt naar wat buiten deze bladzijden bestaat. Naar het schilderij waarover ik vertel. Naar de kleuren die Yby liet zingen. Naar de muziek die ontstond uit een wereld die eerst alleen in haarzelf bestond. Niet omdat dit boek een etalage moet worden, maar omdat Yby’s leven, kunst en muziek niet los van elkaar bestaan. Wie werkelijk haar wereld binnenkomt, zal op een gegeven moment zelf verder willen kijken en luisteren. Dat lijkt mij veel mooier dan wanneer ik jou vertel wat je mooi zou moeten vinden.

Onderweg zul je ook mij beter leren kennen. Dat kan niet anders, want mijn eigen leven raakt het hare op te veel plaatsen. Maar ik wil mezelf niet voor Yby zetten. Ik ben de vrouw die dit verhaal vertelt omdat ik van haar houd en omdat ik er op veel momenten zelf bij was. Soms zal ik je vertellen wat ik zag, soms wat Yby mij later toevertrouwde, en soms zal ik moeten toegeven dat een herinnering mij zelfs na al die jaren nog raakt. Ik zal niets mooier maken omdat een mooie leugen prettiger leest, en niets donkerder omdat verdriet aandacht trekt. Haar werkelijke leven is ruim voldoende.

Ik ben inmiddels oud genoeg om te weten dat later geen afspraak is. Daarom schrijf ik nu. Niet omdat ik afscheid neem, maar omdat ik iets wil doorgeven voordat ooit mijn eigen laatste bladzijde wordt omgeslagen. Zolang ik dat kan, zal ik dit verhaal deel voor deel met jullie delen. Misschien lees je mee vanaf het allereerste begin, misschien kom je pas later binnen. Misschien laat je een reactie achter en ontstaat er zelfs een gesprek tussen ons. Ik zal lezen en antwoorden wanneer dat mogelijk is, zolang de tijd mij die ruimte geeft.

Maar dat is voor straks.

Nu moeten we terug naar het begin.

Wanneer ik mijn ogen sluit, zie ik opnieuw dat jonge meisje in het maanlicht, Asta dicht tegen haar aan, haar aandacht bij wat zij aan het maken is. Ze weet niet dat ik haar jaren later mijn lieve Yby zal noemen. Ik weet niet dat zij ooit mijn leven zal verlichten wanneer het mijne donker wordt. Geen van ons weet welke liefde, verliezen, schilderijen, klanken, dieren, dwaalwegen en wonderlijke ontmoetingen nog tussen dat ene moment en vandaag liggen.

Ik weet alleen dat ik haar zie.

En dat ik blijf staan.

Daar begint het verhaal.

Aurora✨

-------------------

ENGLISH VERSION

❤️Yby — The Wings No One Could Break✨

From street child to great artist, composer and creator of worlds

A true life story about love, freedom, survival and the untamable power of creation.

FOREWORD

The first time I saw Yby, she was painting in the moonlight among blankets and newspapers, with Asta, her large Bouvier, close beside her. She was still only a girl. She owned hardly anything the world considers important, and yet there sat someone who could create an entire world out of charcoal, paint, cardboard and imagination. I stopped. Not because I already understood who she was, but because something in me simply refused to keep walking.

That image has never left me. Many years have passed since then, but some memories behave differently from time. They do not fade; instead, they gain meaning. Only much later did I understand that that evening I had not merely met a young girl living on the streets. I had met someone who would forever change my own life, the way I looked at the world, and even my understanding of what true wealth really is. Yby became my friend, my beloved child of the heart, sometimes the one I wanted to protect and, at other times, the one who protected me. In dark years, she became a light to me without ever deciding that she had to be.

Perhaps that is why I eventually wanted so deeply to write this book. Yby herself did not need it. She has never walked around with the desire to have her life elevated into a book; she would rather live than continually study herself. But for me it became increasingly important. Not because I want to place her on a pedestal, and certainly not because I want to turn her into a legend. I wanted to preserve her story because I have seen with my own eyes what kind of person she is, what her presence can do to others, and how much beauty can emerge from a life that was certainly not always surrounded by beauty.

When I first knew Yby, I was a doctor and had become exhausted by my own life. I had learned to look at bodies, symptoms, causes and consequences, but somewhere along the way something inside me had grown quieter. Yby did not offer a theory in response. She did not come with an instruction manual for existence. She simply looked differently. At a tree, at a bird, at an animal that offered its trust, at light on water, at colours, at silence. Through her I began to see again that knowing what something is called is not the same as truly seeing what it is. She did not give me a new world; she made the world that had always been there visible to me again.

That is Yby through and through. She rarely follows the road that has already been laid out for her. Anyone who tries to place her neatly into a box will probably discover that she has long since moved on and is somewhere else painting a wall pink, drawing an animal, searching for a new sound or creating an entirely new world. Many people do not call her the Sorceress of Painting for nothing. When you stand before her work, you understand why: her paintings do not want to hang politely on a wall and merely be thought beautiful. They want to live. There may be drips, scratches, lines, symbols, scars and unexpected paths; just as life itself is rarely painted smooth and neat.

And yet even the word painting is too small when I try to describe Yby. If you look only at her paintings, you miss the music; if you listen only to her music, you miss the colour. For her, those worlds have never truly been separate. Even before her small hands could hold a brush, she was already painting in her mind, according to her own memory. As a child she sang and created sounds and songs from what she felt and experienced. A colour sings for Yby. Sound takes shape, movement finds rhythm, and sometimes it seems as though one of her paintings is a piece of music that happened to choose paint in order to become visible. She herself says it much more simply: “Colour is sound and sound is colour.”

According to Yby, that world began even before her birth. She says that in the womb she was already painting and singing within her own inner world. Anyone imagining a peaceful little scene of a contented baby lying comfortably and waiting for life to finally begin does not know Yby yet. She wanted out. Her mother later said that Yby had been the easiest birth of all her children; she almost flew into the world. That story still makes us laugh. Apparently nine months had been quite enough preparation. Beneath that humour, I recognise something that would appear again and again much later: an untamable longing for space, air, nature, freedom and life.

And perhaps this is exactly where I should correct something that can easily be misunderstood when you look only at the difficult parts of a life story. Yby is not her pain. She is not the sum of what was done to her, not only the street child from the subtitle, and not someone who wants to spend her entire life fighting. If she could choose, she would choose the opposite: peace, companionship, animals around her, wonderful people gathered around a table, nature, painting, singing, composing, the most beautiful tones and sounds, colour, joy and, above all, love. Lots of love. What perhaps moves me most after all these years is not only that she endured difficult times, but that those times were never able to take away her longing for beauty.

There are people who, after pain, decide to let nothing in anymore. I do not judge them for that; sometimes a heart tries to protect itself in the only way it can. But somewhere within Yby, a door always remained open. For an animal. For nature. For a melody. For paint. For an unexpected joke. For someone she loved. I find that remarkable. Not because it places her above other people, but because it is so deeply human and at the same time so rare: to be deeply hurt and still refuse to decide that feeling is forever too dangerous.

This book will therefore not be only about dark events. That would do her life an injustice. There will be sorrow, because that belongs to the truth, but there will also be a great deal of laughter. Yby and I both love dry humour, and Ellen unfortunately suffers from the same condition. None of us is seeking treatment. Humour has taught me that a person can take sorrow seriously without giving it every room in the house. Sometimes a window must be opened. Sometimes sunlight comes through it. And sometimes only a completely inappropriate remark that suddenly leaves three grown women incapable of behaving normally. That, too, is life.

I do not want to explain Yby completely in this foreword. That would be impossible and, more importantly, terribly unfortunate. I want you to get to know her for yourself. To discover who Asta was, why animals have never been a side issue in her life, where her hunger for freedom came from, which roads she would still travel and why art and music would eventually become far more than work alone. I want you to understand why an old piece of cardboard could become something precious in her hands and why she continues to see possibilities where others stopped looking long ago.

And I want you, at times, to become curious about what exists beyond these pages. About the painting I am telling you about. About the colours Yby made sing. About the music that came from a world that first existed only inside her. Not because this book should become a shop window, but because Yby’s life, art and music cannot be separated from one another. Anyone who truly enters her world will eventually want to look and listen further for themselves. That seems far more beautiful to me than telling you what you are supposed to find beautiful.

Along the way, you will also get to know me better. That cannot be avoided, because my own life touches hers in too many places. But I do not want to place myself in front of Yby. I am the woman telling this story because I love her and because I was there for many of its moments. Sometimes I will tell you what I saw, sometimes what Yby later entrusted to me, and sometimes I will have to admit that a memory can still move me after all these years. I will make nothing more beautiful because a beautiful lie is easier to read, and nothing darker because sorrow attracts attention. Her real life is more than enough.

I am now old enough to know that later is not an appointment. That is why I am writing now. Not because I am saying goodbye, but because I want to pass something on before my own final page is ever turned. For as long as I can, I will share this story with you, part by part. Perhaps you will read from the very beginning; perhaps you will join us later. Perhaps you will leave a comment and a conversation may even grow between us. I will read and reply whenever possible, for as long as time allows me that space.

But that is for later.

Now we must return to the beginning.

When I close my eyes, I see that young girl again in the moonlight, Asta close beside her, her attention fixed on what she is creating. She does not know that years later I will call her my dear Yby. I do not know that one day she will illuminate my life when mine grows dark. Neither of us knows how much love, loss, painting, sound, animals, wandering roads and extraordinary encounters still lie between that single moment and today.

I know only that I see her.

And that I stay.

That is where the story begins.

Aurora✨